Na de financiële problemen van de eerste helft van de jaren zeventig moest de Flevohof opnieuw vooruit zien te komen. Het park bleef een nationale landbouwmanifestatie, maar de exploitatie kon niet alleen op landbouwvoorlichting en reguliere dagbezoekers blijven leunen. In de jaren 1977 tot en met 1983 werd daarom steeds nadrukkelijker gezocht naar andere manieren om het enorme terrein, de gebouwen en de landelijke bekendheid van de Flevohof te benutten.
De Flevohof ging zich breder presenteren. Grote bijeenkomsten, evenementen, verblijfsrecreatie en commerciële activiteiten werden belangrijker. Tegelijk bleef het oorspronkelijke landbouwkarakter duidelijk aanwezig.
De periode 1977–1983 werd daarmee geen simpele terugkeer naar de Flevohof van 1971. Er ontstond geleidelijk iets nieuws: een landbouwpark dat zich steeds nadrukkelijker ook ontwikkelde tot recreatie-, evenementen- en verblijfscomplex.
Na de financiële crisis weer vooruit kijken
In 1976 was duidelijk geworden hoe kwetsbaar de financiële positie van de Flevohof was. De organisatie had te maken met hoge vaste lasten, leningen, rente en een exploitatie die sterk afhankelijk bleef van het aantal bezoekers.
Daarmee was het oorspronkelijke probleem niet verdwenen. De landbouwkundige en educatieve functies kostten veel geld, terwijl entreegelden, horeca en recreatieve activiteiten een steeds groter deel van de inkomsten moesten leveren.
Vanaf 1977 verschoof de aandacht daarom geleidelijk van pure crisisbeheersing naar de vraag hoe de bestaande Flevohof beter en intensiever kon worden benut.
Dat betekende niet dat de financiële zorgen voorbij waren. Wel ontstond meer ruimte voor een andere manier van denken. Het terrein bood immers veel meer mogelijkheden dan alleen het ontvangen van gezinnen die een dag naar landbouwbedrijven, tentoonstellingen en recreatie kwamen kijken.
De nieuwe gedachte:
Als de Flevohof toch beschikte over een enorm terrein, grote gebouwen, parkeerplaatsen, horeca en landelijke bekendheid, waarom zouden die voorzieningen dan alleen voor het gewone dagbezoek worden gebruikt?
De Flevohof wordt ook evenementenlocatie
Een van de belangrijkste ontwikkelingen in deze periode was het toenemende gebruik van de Flevohof voor grote bijeenkomsten en evenementen.
Dat paste opvallend goed bij het bestaande terrein. Flevohof beschikte over veel ruimte, horeca, parkeerterreinen en verschillende grote gebouwen. Voor organisaties die duizenden mensen bij elkaar wilden brengen, bood Biddinghuizen daardoor mogelijkheden die op veel andere plaatsen nauwelijks beschikbaar waren.
Hoe belangrijk die ontwikkeling werd, blijkt uit latere stukken van de Flevohof zelf. Bij het onderzoek naar een multifunctionele evenementenhal werd nadrukkelijk teruggekeken op een reeks grote bijeenkomsten die in deze jaren op het terrein plaatsvonden.
| Jaar | Evenement / bijeenkomst |
|---|---|
| 1978 | Jubileumbijeenkomst van SRV |
| 1980 | Jubileum van de Nederlandse Bond van Plattelandsvrouwen |
| 1981 | Game Fair |
| 1982 | Landbouw ’82 |
| 1983 | Opnieuw een grote jubileumbijeenkomst van SRV |
| Vanaf 1983 | Flevo Totaal Festival |
Het is een lijst die veel vertelt over de verandering van de Flevohof.
Niet alle activiteiten waren nog rechtstreeks bedoeld voor de traditionele dagbezoeker. Het terrein werd steeds vaker gebruikt voor grote georganiseerde bijeenkomsten, manifestaties, vakgerichte evenementen en festivals.
Daarmee ontstond naast het gewone recreatiebedrijf steeds duidelijker een tweede functie: Flevohof als evenementenlocatie.
1978: Land zonder Drempels
In dezelfde periode ontstond naast de Flevohof een project dat later een belangrijke rol zou gaan spelen in de geschiedenis van het gebied: Land zonder Drempels.
Op 16 november 1978 werd de Stichting Exploitatie Land Zonder Drempels opgericht. In 1980 werden de statuten opnieuw gewijzigd.
Land zonder Drempels ontwikkelde zich als verblijfscomplex met aangepaste vakantieaccommodaties. Het project was gericht op het mogelijk maken van recreatief verblijf voor mensen voor wie reguliere vakantieaccommodaties door lichamelijke beperkingen vaak moeilijk bruikbaar waren.
Daarmee ontstond naast het dagrecreatieve Flevohof een vorm van verblijfsrecreatie die nauw met het gebied verbonden raakte.
Het zou later veel meer worden dan een klein nevenproject. Eind jaren tachtig werd zelfs onderzocht of Land zonder Drempels fors kon worden uitgebreid en economisch veel nauwer met Flevohof kon worden verbonden.
De oorsprong daarvan ligt echter in deze periode.
Van dagbezoek naar langer verblijf
Het ontstaan van Land zonder Drempels paste in een bredere ontwikkeling.
De oorspronkelijke Flevohof was vooral gebouwd rondom het idee van een dagbezoek. Mensen arriveerden ’s morgens, bekeken landbouwbedrijven en tentoonstellingen, aten en dronken op het terrein, gebruikten recreatieve voorzieningen en vertrokken aan het einde van de dag weer naar huis.
Verblijfsrecreatie bood andere mogelijkheden.
Wie in de omgeving overnachtte, verbleef langer in het gebied en kon meerdere dagen gebruikmaken van voorzieningen. Bovendien bood verblijfsrecreatie de mogelijkheid om het enorme complex minder afhankelijk te maken van uitsluitend het aantal losse dagbezoekers.
Die gedachte zou in de jaren tachtig steeds belangrijker worden. Flevohof en Land zonder Drempels kwamen uiteindelijk steeds nadrukkelijker in beeld als onderdelen van een groter recreatief geheel.
Landbouw blijft het uitgangspunt
Al deze nieuwe activiteiten betekenden niet dat Flevohof plotseling ophield een landbouwmanifestatie te zijn.
Integendeel. Landbouw bleef zichtbaar in vrijwel alles wat op het terrein gebeurde. Productdemonstraties, agrarische bedrijven, tentoonstellingen en de verkoop van producten bleven een belangrijk onderdeel van het concept.
Dat bijzondere karakter leidde zelfs tot praktische uitzonderingssituaties. Voor winkels en demonstratieafdelingen op de Flevohof golden bijzondere afspraken rond opening en verkoop. Bezoekers moesten bijvoorbeeld ook tijdens demonstraties producten uit afdelingen als bakkerij en slagerij kunnen kopen.
Flevohof bleef daarmee nadrukkelijk iets anders dan een regulier attractiepark.
Maar tegelijkertijd werd de bezoeker steeds meer als consument benaderd. Horeca, winkels, evenementen en recreatieve activiteiten moesten helpen om inkomsten te genereren waarmee het kostbare complex in stand kon worden gehouden.
Een park met steeds meer functies
Aan het begin van de jaren tachtig bestond de Flevohof feitelijk uit verschillende werelden naast elkaar.
- landbouwvoorlichting en demonstratiebedrijven;
- tentoonstellingen en productpresentaties;
- dagrecreatie voor gezinnen;
- horeca en detailhandel;
- grote georganiseerde bijeenkomsten;
- evenementen en festivals;
- en in de directe omgeving steeds nadrukkelijker verblijfsrecreatie.
Dat was een kracht, omdat het terrein voor veel verschillende doeleinden kon worden gebruikt.
Maar het maakte de organisatie ook ingewikkeld. Iedere activiteit kende immers een ander publiek, andere kosten en een ander verdienmodel.
Een agrarische demonstratie had een andere functie dan een festival. Een congresbezoeker stelde andere eisen dan een gezin dat met kinderen naar de Flevohof kwam. En verblijfsrecreatie moest weer heel anders worden geëxploiteerd dan een dagattractie.
Juist die veelzijdigheid zou de Flevohof in de jaren tachtig steeds sterker gaan kenmerken.
1981: de Game Fair
Een mooi voorbeeld van de nieuwe mogelijkheden was de Game Fair van 1981.
Dat een dergelijk evenement op Flevohof kon worden georganiseerd, laat zien dat het terrein inmiddels veel breder werd gebruikt dan waarvoor de oorspronkelijke permanente landbouwmanifestatie was ontworpen.
De enorme beschikbare oppervlakte maakte het mogelijk om tijdelijke activiteiten en grote bezoekersstromen te ontvangen zonder dat daarvoor een volledig nieuw evenemententerrein hoefde te worden gebouwd.
Ook voor de exploitatie was dat interessant. Evenementen konden bezoekers naar het terrein brengen die misschien niet in de eerste plaats voor een traditioneel dagje Flevohof kwamen.
Eenmaal op het terrein maakten ook deze bezoekers gebruik van bestaande horeca en andere voorzieningen.
1982: Landbouw ’82
Met Landbouw ’82 kwam juist de oorspronkelijke identiteit van de Flevohof weer sterk naar voren.
Een grote landbouwmanifestatie paste vanzelfsprekend bij het terrein waarvoor Flevohof ooit was opgericht. Tegelijkertijd liet zo’n evenement zien dat de nationale landbouwfunctie inmiddels ook in de vorm van een grootschalig evenement kon worden gepresenteerd.
Daarmee begonnen twee werelden die jarenlang naast elkaar hadden gestaan steeds meer in elkaar over te lopen.
Landbouw was niet alleen permanente voorlichting meer. Het kon tegelijkertijd een publiekstrekker, evenement en tijdelijk spektakel zijn.
1983: Flevo Totaal Festival
In 1983 verscheen een activiteit die in de daaropvolgende jaren regelmatig zou terugkeren: het Flevo Totaal Festival.
In latere Flevohofstukken wordt expliciet vermeld dat het festival vanaf 1983 op de Flevohof werd gehouden.
Dat is opnieuw een belangrijke aanwijzing voor de verandering van het terrein. Een park dat ooit vrijwel volledig was ontworpen als permanente landbouwmanifestatie werd inmiddels ook een podium voor grootschalige publieksactiviteiten.
In hetzelfde jaar vond opnieuw een grote jubileumbijeenkomst van SRV plaats.
De Flevohof bouwde daardoor steeds meer ervaring op met het ontvangen van duizenden mensen die niet voor een regulier dagbezoek kwamen, maar voor één specifieke bijeenkomst of manifestatie.
Het succes van evenementen legt een nieuwe beperking bloot
Juist de ervaringen met deze grote evenementen maakten echter ook een nieuw probleem zichtbaar.
Voor verschillende bijeenkomsten moesten tegen hoge kosten tijdelijke voorzieningen worden aangebracht. Flevohof beschikte wel over grote gebouwen, maar niet over één overdekte ruimte waarin enkele duizenden mensen tegelijkertijd konden worden ontvangen.
In latere stukken werd daar heel concreet op teruggekeken. Er waren in de loop der jaren regelmatig aanvragen voor grote bijeenkomsten die niet konden worden gehonoreerd omdat Flevohof geen mogelijkheid had om ongeveer 3.000 tot 4.000 mensen tegelijkertijd in één overdekte ruimte te ontvangen.
De bijeenkomsten van SRV in 1978 en 1983, het jubileum van de Nederlandse Bond van Plattelandsvrouwen in 1980, de Game Fair van 1981, Landbouw ’82 en vanaf 1983 het Flevo Totaal Festival werden later zelfs expliciet genoemd als voorbeelden van evenementen waarbij de beperkingen van de bestaande accommodatie zichtbaar werden.
Daarmee ontstond een nieuwe ambitie: een grote multifunctionele evenementenhal.
Die hal zou pas enkele jaren later daadwerkelijk worden uitgewerkt, maar de directe aanleiding ervoor ontstond in de periode 1977–1983.
De evenementen waren daarmee zowel een kans als een probleem.
Ze brachten nieuwe bezoekers en nieuwe inkomstenmogelijkheden, maar maakten tegelijkertijd duidelijk dat de infrastructuur van de oorspronkelijke Flevohof niet was ontworpen voor de steeds belangrijker wordende evenementenfunctie.
Van noodzaak naar ambitie
Dat is misschien wel het grootste verschil met de periode 1972–1976.
In de eerste jaren na het openingssucces draaiden veel discussies vooral om tekorten, liquiditeit, leningen en de vraag hoe de bestaande organisatie financieel overeind kon blijven.
In de periode 1977–1983 kwam daar steeds nadrukkelijker een andere vraag naast te staan: wat kan Flevohof nog méér worden?
Het antwoord werd gezocht in verschillende richtingen. Meer evenementen. Meer gebruik van bestaande gebouwen en terreinen. Verblijfsrecreatie. Grote landelijke bijeenkomsten. Festivals. En uiteindelijk zelfs de gedachte aan nieuwe grootschalige voorzieningen die Flevohof minder afhankelijk moesten maken van uitsluitend het traditionele dagbezoek. De verbreding was daarmee niet alleen een leuke aanvulling op de Flevohof. Ze begon onderdeel te worden van de strategie voor de toekomst.
Geen attractiepark, maar ook niet meer alleen landbouw
Toch zou het verkeerd zijn om de Flevohof van 1983 al als een attractiepark te beschrijven. Het oorspronkelijke landbouwkarakter was nog altijd sterk aanwezig. Juist evenementen als Landbouw ’82 onderstreepten die identiteit. Maar de economische en recreatieve logica rondom het terrein veranderde wel.
Steeds meer activiteiten moesten bezoekers trekken, inkomsten genereren en ervoor zorgen dat het enorme complex gedurende meer momenten en voor meer verschillende doelgroepen kon worden gebruikt.
De grens tussen educatie, recreatie en commercie werd daardoor steeds minder scherp. Een gezin kwam voor een dagje uit. Een organisatie kwam voor een grote bijeenkomst. Een vakbezoeker kwam voor een landbouwmanifestatie. Een festivalbezoeker kwam voor entertainment. En vlak naast het park ontwikkelde zich verblijfsrecreatie. Al die functies kwamen uiteindelijk op vrijwel dezelfde plek samen.
Het fundament voor een nieuwe koers
Rond 1983 had Flevohof daarmee opnieuw een belangrijk kantelpunt bereikt.
De acute financiële problemen uit de eerste helft van de jaren zeventig hadden geleid tot een veel zakelijkere manier van denken. Tegelijkertijd hadden de grote evenementen laten zien dat het terrein voor veel meer kon worden gebruikt dan alleen het oorspronkelijke dagprogramma.
Maar diezelfde evenementen maakten ook duidelijk dat nieuwe investeringen nodig zouden zijn wanneer Flevohof werkelijk als grote evenementenlocatie verder wilde groeien.
In de jaren daarna zouden daarom nieuwe wegen, parkeerterreinen, evenemententerreinen en andere voorzieningen worden aangelegd. Ook het idee voor een enorme multifunctionele evenementenhal zou serieus worden onderzocht.
Daarmee verschoof de vraag opnieuw.
Niet langer alleen: hoe houden we de Flevohof overeind?
Maar steeds nadrukkelijker:
welke Flevohof willen we eigenlijk worden?
Die zoektocht zou de periode 1984–1988 gaan bepalen.