1972: de terugslag na het openingsjaar
Voor het tweede seizoen waren de verwachtingen hoog. In het jaarverslag over 1972 werd het bezoekersaantal van het openingsjaar afgerond op ongeveer 955.000 betalende bezoekers en voor 1972 was gerekend op circa 1,03 miljoen bezoekers. Dat aantal werd bij lange na niet gehaald: uiteindelijk kwamen ongeveer 806.000 mensen naar Flevohof. Voor vrijwel iedere Nederlandse dagattractie zou dat nog altijd een indrukwekkend resultaat zijn geweest, maar bij Flevohof waren veel investeringen en kosten gebaseerd op aanzienlijk grotere aantallen.
Het enorme terrein omvatte inmiddels landbouwbedrijven, restaurants, verkooppunten, tentoonstellingsruimten, recreatieve voorzieningen, parkeerterreinen, werkplaatsen en een groot aantal gebouwen en technische installaties. Veel van die kosten liepen gewoon door, ongeacht hoeveel bezoekers er op een bepaalde dag door de poorten kwamen. De financiële gevolgen waren dan ook aanzienlijk. Waar voor 1972 nog op ongeveer een sluitende exploitatie was gerekend, eindigde het jaar met een verlies van ongeveer ƒ 2.169.000.
| Jaar | Bezoekers | Financieel resultaat |
|---|---|---|
| 1971 | circa 955.000 | circa ƒ 362.000 verlies |
| 1972 | circa 806.000 | circa ƒ 2.169.000 verlies |
| 1973 | circa 791.000 | circa ƒ 693.000 verlies |
Het bestuur zocht uitvoerig naar verklaringen voor de terugval. Het weer speelde daarbij een rol: zowel langdurige regen als uitzonderlijk warme perioden konden de bezoekersstroom sterk beïnvloeden. Ook de Floriade van 1972 in Amsterdam werd als concurrent genoemd en daarnaast speelden economische omstandigheden een rol. Minstens zo belangrijk was echter dat het nieuwigheidseffect van 1971 begon te verdwijnen. Flevohof had bij de opening uitzonderlijk veel publiciteit gekregen en honderdduizenden Nederlanders waren nieuwsgierig geweest naar de nieuwe nationale landbouwmanifestatie. Een jaar later moest het park bewijzen dat mensen ook zonder die openingshype naar Biddinghuizen wilden blijven komen.