Op 7 mei 1994 begon in Biddinghuizen een nieuw tijdperk. Op dezelfde plek waar ruim twintig jaar lang de Flevohof bezoekers had laten kennismaken met landbouw, bloemen, dieren en ambachten, opende Walibi Flevo zijn poorten. Het was veel meer dan een naamswijziging. In enkele maanden tijd waren nieuwe attracties gebouwd, wegen en nutsvoorzieningen aangepast, delen van het park opnieuw ingericht en verschillende themagebieden ontstaan. Toch was de Flevohof niet volledig verdwenen. Oude gebouwen, bomen, kassen, attracties en infrastructuur werden opgenomen in het nieuwe park. Walibi Flevo was daardoor vanaf zijn eerste dag zowel nieuw als vertrouwd.
De periode Walibi Flevo zou uiteindelijk maar zes seizoenen duren, van 1994 tot en met 1999. Toch werd juist in deze jaren de basis gelegd voor het attractiepark dat tegenwoordig Walibi Holland heet. Condor, Crazy River, El Rio Grande en verschillende kleinere attracties stammen rechtstreeks uit deze periode. Tegelijk ontwikkelde het park zich snel verder: er kwamen grote shows, nieuwe themagebieden, televisieprogramma’s en in 1998 opnieuw spectaculaire attracties.
Achter de schermen veranderde ondertussen ook het eigendom. Eind 1997 werd de verkoop van de Walibi-groep aan het Amerikaanse Premier Parks aangekondigd. In maart 1998 kwam de groep daadwerkelijk in Amerikaanse handen. De naam Walibi Flevo bleef nog twee seizoenen bestaan, maar aan het einde van 1999 stond opnieuw een ingrijpende metamorfose voor de deur.
Een nieuw park bouwen op de resten van de Flevohof
De overgang van Flevohof naar Walibi Flevo was geen kwestie van een paar nieuwe attracties plaatsen en een nieuw bord boven de ingang hangen. Het terrein was groot, veel gebouwen stamden uit de jaren zeventig en de infrastructuur was ontworpen voor een heel ander soort bezoekerspark.
Na het laatste Flevohof-seizoen van 1992 bleef het park in 1993 voor publiek gesloten. Achter de hekken werd ondertussen gewerkt aan de plannen voor een veel ingrijpendere transformatie. Uit gemeentelijke stukken blijkt dat in deze periode nog verschillende concepten werden onderzocht. In maart 1993 werd bij de gemeente Dronten bijvoorbeeld gesproken over een park dat in 1994 weer operationeel moest zijn en waarin televisie en film mogelijk een belangrijk thema zouden vormen.
Dat concept werd uiteindelijk niet de hoofdidentiteit van Walibi Flevo. Het laat wel zien dat de uiteindelijke vorm van het nieuwe park niet vanaf het eerste moment vaststond. Walibi onderzocht welke formule op het enorme voormalige Flevohofterrein het beste zou werken.
Pas tegen het einde van 1993 kwam de fysieke transformatie echt op stoom. Volgens een latere terugblik in het vakblad Stadswerk ging begin december 1993 de eerste schop de grond in. Wat daarna gebeurde was uitzonderlijk: in slechts enkele maanden moesten grote attracties worden opgebouwd, terreinen opnieuw worden ingericht en tegelijkertijd riolering, nutsleidingen, groenvoorzieningen en andere infrastructuur worden aangelegd.
Beelden uit het privéarchief van toenmalig directeur Hans van Driem laten zien hoe spectaculair die race tegen de klok moet zijn geweest. In maart en april 1994 waren op verschillende plekken nog bouwterreinen te zien. Toch moest het park enkele weken later klaar zijn om bezoekers te ontvangen.
Ook buiten de attracties moest alles veranderen
De gemeentelijke stukken laten een kant van de bouw van Walibi Flevo zien die bezoekers normaal gesproken nooit te zien kregen. Een modern attractiepark bracht heel andere eisen met zich mee dan de oude Flevohof.
Geluid was bijvoorbeeld een belangrijk onderwerp. Eind 1993 overlegden Walibi en de gemeente over de milieuprocedure en de toegestane geluidsbelasting. Daarbij speelde bungalowpark Het Spijkven, direct naast het Walibi-terrein, een belangrijke rol. Ook eventuele avondopenstellingen moesten in de berekeningen worden meegenomen.
De planning was krap. Walibi wilde zo snel mogelijk zekerheid omdat personeel moest worden geworven en uitnodigingen voor de opening moesten worden verstuurd. In december 1993 werd al gesproken over een start in de eerste week van mei. Daarmee werd feitelijk de deadline bepaald waaraan de complete bouwoperatie moest worden opgehangen.
Ook het verkeer vroeg aandacht. De provincie constateerde dat de bestaande linksafstrook aan de Spijkweg te kort was en dat bij grote bezoekersaantallen opstoppingen konden ontstaan. Een rotonde werd als veiligere oplossing besproken. Zelfs de verlichting van de toegangsweg maakte deel uit van het overleg.
Walibi Flevo ontstond dus niet alleen doordat er achtbanen en waterattracties verschenen. Ook de omgeving, vergunningen en technische infrastructuur moesten geschikt worden gemaakt voor een park dat veel grotere bezoekersstromen en intensiever gebruik verwachtte.
Meer dan vijftig miljoen gulden
De schaal van de investering maakt duidelijk hoe serieus Walibi de Nederlandse markt nam. Kort voor de opening meldde het Reformatorisch Dagblad op basis van ANP-berichtgeving dat in Walibi Flevo 52 miljoen gulden werd geïnvesteerd.
Een jaar later werd tijdens een excursie van vakvereniging Stadswerk teruggeblikt op de bouw. Daar werd het totale bedrag afgerond op ongeveer 55 miljoen gulden. Het verschil is waarschijnlijk te verklaren door het moment waarop werd gerekend en door aanvullende werkzaamheden tijdens en na de bouw.
Hoe het exacte eindbedrag ook wordt berekend, duidelijk is dat Walibi hier niet koos voor een goedkope herstart van de Flevohof. Voor Nederlandse begrippen ging het om een zeer grote investering in een compleet recreatiepark.
Walibi Flevo was geen Flevohof met een paar extra attracties. Voor ruim vijftig miljoen gulden werd het terrein in korte tijd opnieuw ingericht als volwaardig attractiepark.
7 mei 1994: Walibi Flevo opent
Op zaterdag 7 mei 1994 gingen de poorten uiteindelijk open. Daarmee verscheen na een jaar volledige sluiting een nieuwe naam aan de Spijkweg: Walibi Flevo.
De verandering moet voor bezoekers enorm zijn geweest. Waar de Flevohof oorspronkelijk was opgebouwd rond landbouw, tentoonstellingen en educatie, stond bij Walibi Flevo het beleven van een complete recreatiedag centraal. Attracties, thematisering, horeca, groen en entertainment moesten samen één park vormen.
Toch begon Walibi niet op een leeg terrein. Wie in 1994 goed keek, kon overal resten van de Flevohof terugvinden. Verschillende gebouwen bleven staan en kregen een andere functie. Bestaande bomen en groenstructuren bepaalden nog altijd voor een belangrijk deel het parkbeeld. Ook enkele attracties die tijdens het laatste Flevohof-seizoen van 1992 waren geplaatst, bleven gewoon in gebruik.
Het resultaat was daardoor geen totaal nieuw gebouwd attractiepark, maar een bijzonder mengsel van twee tijdperken. De oude Flevohof vormde letterlijk het geraamte waarop Walibi Flevo werd gebouwd.
El Condor: een wereldprimeur in de Flevopolder
De duidelijkste boodschap dat er iets fundamenteels was veranderd stond hoog boven het park. El Condor was een nieuwe achtbaan van de Nederlandse fabrikant Vekoma en vormde de spectaculairste attractie bij de opening.
De baan was het prototype van Vekoma’s nieuwe Suspended Looping Coaster. De trein reed niet boven op de rails, zoals bij traditionele achtbanen, maar hing eronder. De benen van de passagiers hingen vrij terwijl de trein verschillende keren over de kop ging.
Op het Europese vasteland was nog nooit eerder een dergelijke loopingachtbaan met hangende stoeltjes geopend. Bovendien werd het ontwerp van El Condor de basis voor een achtbaantype dat Vekoma daarna wereldwijd zou verkopen.
Daarmee kreeg het nieuwe park meteen een attractie met internationale betekenis. Waar de Flevohof zich jarenlang had onderscheiden door een voor Nederland unieke landbouwmanifestatie, probeerde Walibi Flevo zich nu te onderscheiden met moderne attractietechniek.
El Condor was bovendien veel meer dan alleen een nieuwe achtbaan. De attractie bepaalde het silhouet van het park en maakte vanaf grote afstand duidelijk dat op het voormalige Flevohofterrein iets geheel nieuws was ontstaan.
Water wordt een belangrijk onderdeel van de nieuwe identiteit
Naast El Condor investeerde Walibi zwaar in waterattracties. Twee grote nieuwkomers uit 1994 zijn tot op de dag van vandaag in het park te vinden: Crazy River en El Rio Grande.
Crazy River werd gebouwd door Mack Rides. De boomstambaan onderscheidde zich door zijn grote hoogte, lange parcours en vooral door een bijzondere passage waarbij de boomstam op een draaischijf werd omgedraaid en vervolgens achterwaarts een afdaling maakte. Daarna werd het bootje opnieuw gedraaid voor het vervolg van de route.
El Rio Grande bood een compleet andere ervaring. In grote ronde boten werden bezoekers door een kunstmatige wildwaterrivier gevoerd. De oorspronkelijke boten van Vekoma waren technisch bijzonder doordat ze uit meerdere beweegbare segmenten bestonden. Daardoor konden de boten zich tijdens de tocht anders door de golven en stromingen bewegen dan traditionele starre rapidboten.
Samen met El Condor vormden beide waterattracties het visitekaartje van Walibi Flevo. De drie grote attracties maakten in één oogopslag duidelijk wat de nieuwe koers was: bezoekers moesten niet langer voornamelijk kijken en leren, maar zelf onderdeel worden van de ervaring.
Oude Flevohof wordt opnieuw gebruikt
Ondanks de miljoeneninvesteringen werd niet alles gesloopt. Juist in de eerste jaren van Walibi Flevo werd opvallend creatief gebruikgemaakt van onderdelen die uit de Flevohof waren overgebleven.
Een van de duidelijkste voorbeelden was de Tequila Ride. Een voormalige kas van de Flevohof werd omgebouwd tot een overdekte rondrit. Daarmee kreeg een gebouw dat ooit voor planten en landbouwpresentaties was bedoeld ineens een functie als pretparkattractie.
Ook de Keverbaan bleef staan. Deze familieachtbaan van Zierer was al in 1992 tijdens het laatste Flevohof-seizoen geplaatst. Daardoor reed in Walibi Flevo een attractie die feitelijk ouder was dan het park zelf. De baan zou verschillende naamswijzigingen overleven en rijdt tegenwoordig nog altijd als Drako.
Verder waren onder meer een draaimolen, zweefmolen en andere kleinere attracties uit de overgangsjaren nog aanwezig. Nieuwe kinderattracties, zoals de vliegtuigmolen Red Baron, werden daar vanaf 1994 aan toegevoegd.
De overgang van Flevohof naar Walibi was daardoor jarenlang zichtbaar. Sommige oude onderdelen verdwenen snel, andere werden aangepast en een deel zou zelfs meerdere volgende parkperioden overleven.
Een park opgebouwd uit verschillende werelden
Een ander fundamenteel verschil met de Flevohof was de thematische opbouw. De oude landbouwmanifestatie had verschillende paviljoens en activiteiten gekend, maar Walibi bracht bezoekers bewust van de ene fantasiewereld naar de andere.
Bij de opening ontstonden onder meer een Mexicaans gebied, een Canadees gebied en een zone met een Frans of Belle Époque-karakter. Voor jonge kinderen bleef een apart Kinderdorp belangrijk. Later werd daar onder meer het Afrikaanse themagebied Zanzibar aan toegevoegd.
De attracties werden zoveel mogelijk onderdeel van die omgevingen. Los Sombreros paste vanzelfsprekend in het Mexicaanse gebied, terwijl Crazy River werd omgeven door een sfeer van houtbouw en Canadese natuur. Restaurants, gebouwen, beplanting en decoratie droegen bij aan het idee dat de bezoeker gedurende de dag door verschillende werelden reisde.
Die opzet maakte Walibi Flevo wezenlijk anders dan het latere Six Flags Holland. Walibi Flevo wilde wel degelijk spectaculaire attracties bieden, maar combineerde die nog nadrukkelijk met groen, thematisering en een breed familieaanbod.
Het publiek weet Walibi Flevo onmiddellijk te vinden
De nieuwsgierigheid naar het nieuwe park was groot. Al tijdens de eerste weken bleek dat de capaciteit op drukke dagen een serieus aandachtspunt kon worden.
Op Hemelvaartsdag in mei 1994 liep het bezoekersaantal volgens berichtgeving op tot ongeveer 12.000 mensen, waarmee de maximale capaciteit van het park was bereikt. De poorten moesten tijdelijk worden gesloten terwijl buiten het terrein nog auto’s richting Walibi Flevo probeerden te komen.
Dat beeld sloot opvallend goed aan bij de infrastructurele zorgen die vóór de opening al in de gemeentelijke stukken waren terug te vinden. De discussie over verkeersafwikkeling en een nieuwe rotonde was dus bepaald niet theoretisch.
De enorme belangstelling vormde tegelijkertijd een bewijs dat de nieuwe naam en de nieuwe attracties effect hadden. Na jaren waarin de Flevohof moeite had gehad voldoende bezoekers te trekken, stond het publiek opnieuw in de rij voor Biddinghuizen.
Een modern park bracht ook nieuwe verantwoordelijkheden
De opening betekende niet dat de ontwikkeling klaar was. Al in juli 1994 overlegden Walibi en de gemeente Dronten opnieuw over de bedrijfsvoering en veiligheid.
De gemeente wilde onder meer afschriften ontvangen van keuringsrapporten van de attracties en van nieuwe inspecties door organisaties als TÜV. Daarnaast werd gevraagd om een integraal veiligheidsplan voor het park. Walibi gaf aan dat attracties jaarlijks werden gekeurd en dat voor het onderhoud met vaste programma’s werd gewerkt.
Die stukken zijn interessant omdat ze laten zien hoe snel het terrein van karakter was veranderd. Waar de bestuurlijke discussies rond de Flevohof jarenlang vooral over exploitatie, landbouw, subsidies en recreatiebeleid gingen, kwamen nu onderwerpen als attractiekeuringen, geluid, bezoekersstromen en operationele veiligheid nadrukkelijk op tafel.
1995: Walibi Flevo wordt ook een showpark
Na de enorme investeringsronde van 1994 richtte Walibi zich niet alleen op nieuwe mechanische attracties. Het tweede seizoen liet zien dat live-entertainment een belangrijk onderdeel van het park moest worden.
In 1995 werd achter de Crazy River een groot openlucht-stuntshowtheater gebouwd met plaats voor ongeveer 1.200 bezoekers. Hier ging King Solomon’s Mines in première.
De productie was voor Nederlandse pretparkbegrippen uitzonderlijk omvangrijk. Amerikaanse stuntmensen, grote decors, gevechten, vuur, explosies en speciaal gecomponeerde muziek maakten van de voorstelling meer een live-actiefilm dan een traditionele parkshow.
Oude bedrijfsdocumenten laten zien dat de show meerdere keren per dag kon worden opgevoerd. Tijdens avondopenstellingen konden daar nog extra voorstellingen bijkomen. Het theater was daarmee niet zomaar een extra activiteit, maar een attractie op zichzelf waarmee per dag duizenden bezoekers konden worden vermaakt.
Walibi Flevo ontwikkelde in 1995 dus een tweede pijler naast de attracties: grootschalig entertainment.
De Wereld Jamboree naast de deur
Het seizoen 1995 was ook om een andere reden bijzonder. Direct naast Walibi Flevo vond de 18e Wereld Jamboree van Scouting plaats.
De aanwezigheid van het enorme internationale scoutingevenement was geen toevallige ontwikkeling uit de Walibi-periode. Afspraken over de Jamboree waren al vóór het faillissement van de Flevohof gemaakt en maakten zelfs deel uit van de voorwaarden bij de verkoop van het terrein.
In 1995 kwamen ongeveer 25.000 scouts uit de hele wereld naar de Flevopolder. Daarnaast werden grote aantallen dagbezoekers verwacht. Daardoor ontstond rond Biddinghuizen een ongebruikelijke concentratie van recreatief verkeer: Walibi Flevo, de Jamboree en andere attracties in de regio moesten allemaal via een beperkt aantal toegangswegen worden bereikt.
Voor het nog jonge Walibi Flevo betekende dat veel internationale bezoekers vrijwel letterlijk naast de voordeur. Tegelijk legde het opnieuw druk op verkeersafwikkeling, bereikbaarheid en samenwerking met overheid en hulpdiensten.
1996: Walibi Flevo wordt een televisielocatie
Walibi Flevo zocht niet alleen via advertenties en nieuwe attracties landelijke bekendheid. Ook televisie werd een belangrijk middel om het park onder de aandacht te brengen.
In 1996 werd een reeks afleveringen van het populaire TROS-programma Te land, ter zee en in de lucht vanuit Walibi Flevo opgenomen. Onder andere het onderdeel Gein op ’t plein werd in Biddinghuizen geproduceerd en gepresenteerd door Jack van Gelder.
Voor een relatief nieuw attractiepark was dat bijzonder waardevolle zichtbaarheid. Miljoenen televisiekijkers kregen niet alleen de deelnemers van het programma te zien, maar tegelijkertijd ook delen van Walibi Flevo als decor.
Daarmee werd het park steeds nadrukkelijker een landelijke entertainmentbestemming. De plek waar jarenlang landbouwvoorlichting centraal had gestaan, functioneerde vijf jaar na het faillissement als decor voor een van de bekendste amusementsprogramma’s van Nederland.
Niet ieder jaar hoefde een enorme achtbaan te brengen
De geschiedenis van Walibi Flevo wordt gemakkelijk verteld aan de hand van de grote attracties: El Condor en de waterbanen in 1994, gevolgd door Space Shot in 1998. Maar juist de jaren daartussen laten zien hoe Walibi probeerde een compleet park op te bouwen.
Nieuwe shows, kleinere attracties, thematisering, horeca en activiteiten moesten ervoor zorgen dat bezoekers langer in het park bleven en dat verschillende doelgroepen iets te doen hadden. Het park richtte zich nadrukkelijk niet alleen op liefhebbers van spectaculaire attracties.
Ook het entertainmentaanbod werd verder uitgebouwd. Naast King Solomon’s Mines verscheen later een grote waterskishow op het meer achterin het park. Daardoor kreeg Walibi Flevo twee grote showlocaties: het vaste stuntshowtheater en het water als natuurlijk podium.
Op andere plekken in het park waren kleinere vormen van entertainment en straatanimatie te vinden. Daarmee werd de bezoeker gedurende de hele dag omgeven door attracties én amusement.
1997: ongeveer een half miljoen bezoekers
In 1997 was Walibi Flevo uitgegroeid tot een gevestigde speler binnen de Nederlandse attractieparkmarkt. Een jaar later meldde De Telegraaf dat het park in 1997 ongeveer 500.000 bezoekers had ontvangen.
Dat aantal lag ver onder de enorme miljoenenbezoekcijfers van de Efteling, maar het betekende wel dat het voormalige Flevohofterrein opnieuw jaarlijks door honderdduizenden mensen werd bezocht.
Het bezoekersaantal is ook interessant in vergelijking met de ambities waarmee het park in 1994 was geopend. Walibi had opnieuw een groot recreatiebedrijf in Biddinghuizen opgebouwd, maar de schaal bleef vooralsnog die van een middelgroot Nederlands attractiepark.
Juist in deze jaren begon de vraag te spelen hoe Walibi Flevo verder kon groeien. Grotere thrillrides, landelijke media-aandacht en uiteindelijk een nieuwe eigenaar zouden daar het antwoord op geven.
1997 en 1998: het grote meer wordt een showlocatie
Vanaf 1997 werd het grote meer achterin het park gebruikt voor een omvangrijke waterstuntshow. Waterskiërs en jetski’s voerden op hoge snelheid stunts uit terwijl bezoekers vanaf de oever toekeken.
De voorstelling keerde ook in 1998 terug. Daarmee werd het meer, dat eerder vooral onderdeel van het landschap was geweest, daadwerkelijk een vaste entertainmentlocatie.
Dit past goed bij de ontwikkeling van Walibi Flevo in de tweede helft van de jaren negentig. Vrijwel ieder onderdeel van het terrein kon worden ingezet voor de parkbeleving: een oud Flevohofgebouw kon een attractie worden, een meer werd een stuntshowpodium en brede pleinen werden gebruikt voor straatentertainment.
1998: opnieuw tijd voor spektakel
Vier jaar na de opening volgde de eerste echt grote nieuwe investeringsronde in attracties. Voor seizoen 1998 verschenen Space Shot en G-Force.
Space Shot was de meest opvallende nieuwkomer. Twaalf bezoekers tegelijk werden langs een bijna zestig meter hoge toren met perslucht omhoog geschoten. Volgens contemporaine berichtgeving had de installatie daarvoor in Las Vegas gestaan, waar zij vanaf 1996 miljoenen passagiers had gelanceerd.
Dat laatste maakt de geschiedenis van de Space Shot overigens iets anders dan vaak wordt verteld. De attractie werd in 1998 niet als volledig nieuw prototype voor Biddinghuizen gebouwd, maar kreeg in Walibi Flevo een nieuw leven.
G-Force was een klassieke Enterprise van Huss. De attractie was afkomstig uit een Frans park van de Walibi-groep en werd eveneens naar Biddinghuizen verplaatst.
Beide attracties werden bij elkaar geplaatst in een nieuw gebied met een sfeer rond vliegen, snelheid en techniek. In materiaal uit de Walibi Flevo-periode wordt hiervoor onder meer de naam The Fantasy of Flight gebruikt. Na de grote ombouw van 2000 zou het gebied verdergaan als Speed Zone.
Met Space Shot schoof Walibi Flevo duidelijk verder richting thrillpark. El Condor had bij de opening al voor spektakel gezorgd, maar de nieuwe toren was opnieuw een attractie die van ver buiten het park zichtbaar was en nadrukkelijk op spanning en sensatie werd verkocht.
1998: de camera mag overal komen
Een van de meest bijzondere documenten van de hele Walibi Flevo-periode is geen archiefstuk of jaarverslag, maar een televisieprogramma. In 1998 volgde RTL 4 het park voor de zesdelige serie Polderpret.
De programmamakers kregen uitzonderlijk veel vrijheid. Niet alleen attracties en vrolijke bezoekers kwamen in beeld, maar ook klachten, incidenten, interne besprekingen, tegenvallende bezoekersaantallen en spanningen binnen de organisatie.
Daarmee ontstond een tijdsdocument dat achteraf misschien nog waardevoller is geworden dan men destijds kon vermoeden. Polderpret laat zien hoe Walibi Flevo werkelijk functioneerde: niet als glanzende reclamefolder, maar als bedrijf met honderden medewerkers, technische problemen, commerciële zorgen en dagelijkse operationele beslissingen.
Toenmalig directeur Hans van Driem keek twintig jaar later zeer positief op het experiment terug. Volgens hem sprak na uitzending heel Nederland over het park en leverde de serie uiteindelijk ongeveer 200.000 extra bezoekers op.
Dat Polderpret juist in 1998 werd opgenomen is extra interessant. Terwijl de camera’s draaiden, veranderde achter de schermen namelijk de eigenaar van het park.
Van Belgische naar Amerikaanse eigenaar
De verkoop van Walibi Flevo wordt in historische overzichten regelmatig bij 1999 geplaatst. De officiële transactiedocumenten laten echter een ander tijdpad zien.
Op 15 december 1997 werd de overeenkomst gesloten voor de verkoop van de Walibi-groep aan het Amerikaanse Premier Parks. De transactie werd in december openbaar gemaakt. In maart 1998 verwierf Premier Parks daadwerkelijk een controlerend belang in Walibi.
Walibi Flevo kwam daarmee al tijdens het seizoen 1998 in Amerikaanse handen. De naam veranderde echter niet. Voor bezoekers bleef het park gewoon Walibi Flevo, compleet met de Walibi-kangoeroe en de bestaande themagebieden.
Premier Parks was in de Verenigde Staten bezig met een razendsnelle expansie. Kort na de Walibi-overname verwierf het bedrijf ook de Amerikaanse Six Flags-groep. Daarmee kwam een van de bekendste pretparkmerken ter wereld binnen dezelfde onderneming terecht.
1998 was daardoor een opmerkelijk dubbeljaar: Walibi Flevo kreeg nieuwe attracties en bleef uiterlijk een Walibi-park, terwijl achter de schermen de toekomst van het park inmiddels door een Amerikaanse pretparkgroep werd bepaald.
De laatste investeringen van het oude Walibi
Space Shot en G-Force zijn daarmee ook historisch interessant omdat hun komst grotendeels was voorbereid voordat de overname door Premier Parks was afgerond. Ze vormden de laatste grote uitbreidingsronde uit de koers die de Belgische Walibi-groep voor Biddinghuizen had uitgezet.
Die koers was duidelijk anders dan wat twee jaar later zou gebeuren. Walibi Flevo breidde gericht uit en probeerde grote attracties te combineren met bestaande thematisering, groen, kinderattracties en shows. Premier Parks zou vanaf 2000 kiezen voor een veel agressievere vergroting van het attractieaanbod.
In dat opzicht vormt seizoen 1998 bijna het eindbeeld van Walibi Flevo zoals Eddy Meeùs en zijn organisatie het hadden opgebouwd.
1999: nog één seizoen Walibi Flevo
Ondanks de Amerikaanse eigenaar ging het park in 1999 opnieuw open als Walibi Flevo. Voor de bezoeker leek daardoor op het eerste gezicht minder veranderd dan achter de schermen werkelijk het geval was.
Het entertainmentprogramma kreeg dat jaar onder meer een nieuwe grote productie op het meer: Spy Catcher. Waterski’s, jetski’s en stunts werden verwerkt in een actieverhaal met een spionagethema.
Juist Spy Catcher zou de overgang naar het volgende tijdperk overleven. De show bleef ook na de ombouw naar Six Flags Holland nog enkele seizoenen bestaan.
Ondertussen werden achter de schermen plannen gemaakt die veel groter waren dan alles wat sinds 1994 was gebeurd. Premier Parks wilde het Nederlandse park gebruiken voor de introductie van de Six Flags-formule in Europa.
Daarvoor was een nieuwe naam alleen niet voldoende. Het attractieaanbod, de thematisering, horeca, entertainment en doelgroep zouden opnieuw ingrijpend veranderen.
Het einde kwam niet door mislukking
Daarmee verschilt het einde van Walibi Flevo fundamenteel van het einde van de Flevohof. In 1991 verdween de oorspronkelijke Flevohof na jaren van financiële problemen en uiteindelijk een faillissement.
Walibi Flevo hield in 1999 niet op omdat het park zelf failliet ging of omdat de poorten moesten sluiten. De verandering kwam voort uit een internationale bedrijfsovername en een nieuwe strategie van de eigenaar.
Dat is een belangrijk onderscheid. Het attractiepark dat in 1994 was gebouwd bleef bestaan. Sterker nog: een groot deel van de infrastructuur, attracties en gebouwen werd gewoon meegenomen naar het volgende hoofdstuk. Alleen zou daar in 2000 een enorme hoeveelheid nieuwe attracties, thematisering en entertainment bovenop worden gelegd.
Van Walibi Flevo naar Six Flags Holland
Na het seizoen 1999 begon een van de grootste verbouwingen uit de geschiedenis van het park. Premier Parks, inmiddels nauw verbonden met het merk Six Flags, maakte van Biddinghuizen het eerste grote Six Flags-project in Europa.
Voor seizoen 2000 werden ongeveer dertig nieuwe attracties toegevoegd. Alleen al het achtbaanbestand groeide met Superman The Ride, La Via Volta, Robin Hood en Flying Dutchman Goldmine.
De Walibi-kangoeroe verdween uit beeld en maakte plaats voor de figuren van Warner Bros. en de Looney Tunes. Bestaande themagebieden werden aangepast en nieuwe gebieden ontstonden. De naam Walibi Flevo verdween en werd vervangen door Six Flags Holland.
De verandering van 1999 naar 2000 was daarmee minstens zo ingrijpend als de overgang van Flevohof naar Walibi Flevo zes jaar eerder. Toch bleef onder die nieuwe laag opvallend veel van Walibi Flevo bestaan.
Walibi Flevo leeft nog steeds voort
Wie tegenwoordig door Walibi Holland loopt, komt nog altijd voortdurend onderdelen tegen die tussen 1994 en 1999 zijn ontstaan.
Condor rijdt nog steeds op vrijwel dezelfde plek als bij de opening. Crazy River en El Rio Grande behoren nog altijd tot de belangrijkste waterattracties van het park. De Space Shot staat nog steeds als hoge blikvanger boven de voormalige Fantasy of Flight. Los Sombreros draait nog altijd en de voormalige Red Baron is tegenwoordig als Stunt Flight in gebruik.
Ook buiten de attracties is de invloed zichtbaar. Routes, waterpartijen, bomen en delen van de terreinindeling stammen uit de grote transformatie van 1993 en 1994. Het park dat Walibi Group toen ontwierp vormt daardoor nog steeds een belangrijke onderlaag van het huidige Walibi Holland.
Zelfs onderdelen die inmiddels verdwenen zijn, werkten lang door. Het stuntshowtheater van King Solomon’s Mines kreeg onder Six Flags nieuwe producties en het grote meer bleef jarenlang een locatie voor watershows. Gebouwen en attracties werden telkens opnieuw aangepast aan een volgende identiteit.
Zes seizoenen die het park definitief veranderden
Walibi Flevo bestond relatief kort. Tussen de opening op 7 mei 1994 en het laatste seizoen in 1999 liggen slechts zes parkseizoenen. Toch is het moeilijk een andere periode aan te wijzen waarin de identiteit van het terrein zo definitief werd vastgelegd.
De Flevohof had hier ruim twintig jaar bestaan en liet een groot fysiek en landschappelijk erfgoed achter. Walibi maakte daar vervolgens een modern attractiepark van. Niet door alles wat er stond onmiddellijk te verwijderen, maar door bestaande onderdelen te combineren met nieuwe themagebieden, grote waterattracties, een spectaculaire achtbaan en professioneel entertainment.
In de jaren daarna werd die formule steeds verder uitgebouwd. King Solomon’s Mines maakte Walibi Flevo ook tot een showpark, televisieprogramma’s brachten het park bij miljoenen Nederlanders thuis en Space Shot liet zien dat steeds grotere thrillrides een belangrijke plaats zouden krijgen.
Toen Premier Parks in 1998 eigenaar werd, veranderde uiteindelijk vooral de schaal van de ambitie. Het park dat Walibi in 1994 had gebouwd vormde het fundament waarop in 2000 Six Flags Holland kon ontstaan.
De Flevohof maakte van Biddinghuizen een bestemming voor een dagje uit. Walibi Flevo maakte van die bestemming het attractiepark dat er vandaag nog altijd ligt.