1991–1994: Van Flevohof naar Walibi Flevo

Tussen het faillissement van de Flevohof in 1991 en de opening van Walibi Flevo op 7 mei 1994 liggen nog geen drie jaar. Toch behoort juist deze korte periode tot de meest veranderlijke uit de geschiedenis van het park. Het terrein werd verkocht, verschillende nieuwe toekomstplannen passeerden de revue, de Belgische Walibi-groep verscheen onverwacht ten tonele en in 1992 opende de Flevohof zelfs nog een laatste seizoen voor bezoekers. Daarna ging het park een volledig jaar dicht en werd achter de hekken gewerkt aan een vrijwel nieuwe bestemming.

De overgang was daardoor veel minder eenvoudig dan het vaak vertelde verhaal dat Flevohof in 1991 failliet ging en in 1994 als Walibi Flevo terugkeerde. In werkelijkheid bestond er in 1992 een opmerkelijke tussenvorm: het park heette nog steeds Flevohof, maar werd al geleid door Walibi en kreeg nieuwe attracties. De kinderachtbaan die tegenwoordig als Drako door Walibi Holland rijdt, werd zelfs in dit overgangsjaar geplaatst.

Ook de uiteindelijke koers lag aanvankelijk allerminst vast. Kort na het faillissement werd nog gedacht aan natuur, milieu en verblijfsrecreatie. Enkele maanden later sprak Walibi over een park met meer attracties, terwijl in 1993 zelfs plannen rond televisie en film in gemeentelijke stukken opdoken. Pas tijdens de grote verbouwing van 1993 en 1994 kreeg het nieuwe park zijn definitieve vorm.

1991: een attractiepark was al vóór Walibi in beeld

De gedachte om de Flevohof nadrukkelijker richting attractiepark te ontwikkelen ontstond niet pas nadat Walibi zich meldde. In de laatste maanden vóór het faillissement werden al verschillende scenario’s onderzocht voor een nieuwe toekomst van het complex.

Een van de serieuze gegadigden was de Erica-UM-groep. In de zomer van 1991 werd met de gemeente Dronten gesproken over een integrale overname en herontwikkeling van Flevohof en Land Zonder Drempels. Daarbij werd expliciet gedacht aan de toevoeging van een attractiepark. Het thema daarvan was nog niet bepaald, maar men wilde wel een zekere relatie met de oorsprong van Flevohof behouden. Onderdelen zoals de boerderij, kassen en champignonkwekerij hoefden dus niet vanzelfsprekend volledig te verdwijnen.

De plannen gingen bovendien veel verder dan alleen het bestaande park. Er werd gesproken over recreatiewoningen, stacaravans en een countryclub aan het Veluwemeer. Flevohof zou daarmee onderdeel kunnen worden van een veel groter recreatiegebied waarin dagrecreatie en verblijf werden gecombineerd.

Geen van deze plannen kon de oorspronkelijke Stichting Flevohof echter nog redden. In november 1991 volgde het faillissement. Vanaf dat moment moest niet alleen naar een nieuwe exploitant worden gezocht, maar ook naar een koper voor de bezittingen van het inmiddels failliete bedrijf.

Voskamp koopt de Flevohof

Bij de verkoop van het terrein meldden zich verschillende geïnteresseerden. Uiteindelijk kwam Voskamp Vastgoed uit Almelo als koper naar voren. Daarmee begon een nieuwe fase waarin aanvankelijk nog helemaal niet vaststond dat op deze plek enkele jaren later een Walibi-park zou staan.

Voskamp wilde snel handelen. Begin 1992 werd in de pers aangekondigd dat Flevohof al rond Pasen opnieuw zou moeten openen. Tegelijk werd gesproken over een andere inhoudelijke koers. De nadruk op landbouw zou verminderen en onderwerpen als natuur en milieu zouden een grotere rol kunnen krijgen.

Dat idee sloot deels aan bij de kwaliteiten die het terrein al bezat. De tientallen hectares groen, bijzondere tuinen, kassen, bomen en landschappelijke aanleg waren na twintig jaar Flevohof een belangrijk onderdeel van het complex geworden. Een nieuwe eigenaar hoefde daarom niet noodzakelijk alles af te breken om een ander recreatieconcept te ontwikkelen.

Voskamp kondigde daarnaast aan te willen investeren in nieuwe attracties, nieuw management en een nieuwe commerciële aanpak. Waar mogelijk zouden ook voormalige werknemers van Flevohof weer een rol kunnen krijgen.

Maar al snel werd duidelijk dat het exploiteren van een recreatiepark iets heel anders was dan het aankopen van vastgoed.

Walibi verschijnt op het toneel

In februari 1992 veranderde het toekomstbeeld in hoog tempo. Voskamp zocht contact met de Belgische Walibi-groep van ondernemer Eddy Meeùs. Walibi beschikte inmiddels over meerdere attractieparken en had precies de kennis die Voskamp zelf niet in huis had.

Aanvankelijk leek het erop dat Walibi alleen de exploitatie van Flevohof zou gaan verzorgen. Kranten spraken zelfs over het inhuren van een Belgische ‘pret-specialist’. Maar binnen enkele dagen werd de constructie ingrijpend gewijzigd. De noodzakelijke investeringen bleken zo groot dat Walibi uiteindelijk niet alleen exploitant wilde zijn, maar ook daadwerkelijk de zeggenschap over het bedrijf wilde hebben.

Op 28 februari 1992 werd de overname beklonken. De aandelen van de onderneming waarin de voormalige Flevohofbezittingen waren ondergebracht, kwamen in handen van de Walibi-groep.

Dat maakte de overgang juridisch ingewikkelder dan de veelgebruikte formulering dat Walibi simpelweg ‘de failliete Flevohof kocht’. De activa waren eerst vanuit het faillissement bij Voskamp terechtgekomen. Vervolgens nam Walibi de onderneming over waarin die bezittingen waren ondergebracht.

“Een park met pret, maar geen pretpark”

Walibi maakte vrijwel onmiddellijk duidelijk dat er iets moest veranderen. De bezoekersaantallen van Flevohof waren ver verwijderd geraakt van de bijna één miljoen bezoekers uit het openingsjaar. Bovendien vond de nieuwe eigenaar dat er gedurende lange tijd te weinig in nieuwe publieksattracties was geïnvesteerd.

Toch was de bedoeling aanvankelijk niet om de complete Flevohof van de ene op de andere dag weg te vagen. Walibi-manager Jo Fallon omschreef de gedachte in februari 1992 treffend:

“Het wordt een park met pret, maar geen pretpark.”

Walibi wilde juist sterke bestaande eigenschappen behouden. De natuur, bomenlanen, bijzondere tuinen en delen van het agrarische karakter werden als waardevol gezien. De combinatie moest alleen aantrekkelijker worden voor gezinnen die een compleet dagje uit verwachtten.

Eddy Meeùs verwoordde dezelfde gedachte enkele maanden later veel directer. Alleen maar naar landbouwproducten en demonstraties kijken, vond hij onvoldoende aantrekkelijk voor een modern recreatiepubliek. De bezoekers moesten ook daadwerkelijk iets kunnen beleven.

Walibi wilde Flevohof in 1992 eigenlijk helemaal niet openen

Een van de interessantste details uit een interview met Eddy Meeùs uit juni 1992 is dat hij het park dat jaar eigenlijk liever gesloten had gehouden. Hij wilde eerst de tijd nemen om de Flevohof grondig aan te pakken en pas daarna een vernieuwd park openen.

Dat bleek echter niet mogelijk. Voskamp had vóór de overname al afspraken gemaakt met onder meer busmaatschappijen voor het komende seizoen. Daardoor bestonden er commerciële verplichtingen om bezoekers in 1992 te ontvangen.

Walibi kreeg dus nauwelijks voorbereidingstijd. Tussen de definitieve overname eind februari en de uiteindelijke opening half mei lagen nog geen drie maanden. Een complete transformatie was binnen die periode onmogelijk.

Het gevolg was een compromis. De Flevohof zou in 1992 nog één seizoen openen onder zijn oude naam. Walibi voegde snel een aantal gezinsattracties toe, knapte delen van het terrein op en gebruikte het seizoen tegelijkertijd om kennis te maken met het Nederlandse publiek en het enorme terrein.

De opening wordt uitgesteld

Oorspronkelijk was het de bedoeling dat Flevohof al in april zou openen. Terwijl de werkzaamheden vorderden, werd echter duidelijk dat Walibi meer tijd nodig had. De opening werd uiteindelijk uitgesteld tot 15 mei 1992.

De pers sprak over zeven nieuwe attracties. De toevoegingen waren vooral gericht op gezinnen met kinderen en konden relatief snel op het terrein worden geplaatst. Genoemd werden onder meer een carrousel, een grote glijbaan, een waterglijbaan met bootjes en een zweefmolen. Ook speelvoorzieningen werden aangepakt.

Het Indianendorp, jarenlang een bekend onderdeel van Flevohof, maakte plaats voor een veel groter speelgebied. Hier kwamen onder meer een klimtoren, een labyrint en andere speelvoorzieningen. Daarmee was onmiddellijk zichtbaar dat de nieuwe exploitant een andere nadruk legde dan de oude Flevohof.

15 mei 1992: de Keverbaan opent

De belangrijkste nieuwe mechanische attractie was de Keverbaan: een kleine familieachtbaan van de Duitse fabrikant Zierer. De baan was niet nieuw gebouwd voor Flevohof. Hij had sinds 1987 als Tarzungle in het Franse Zygo Park gereden en kwam na de sluiting van dat park naar Biddinghuizen.

Op 15 mei 1992 begon de achtbaan aan zijn Nederlandse loopbaan. Daarmee is de Keverbaan een bijzonder historisch overblijfsel van de korte overgangsperiode tussen Flevohof en Walibi Flevo.

De attractie bleef namelijk bestaan. Bij de opening van Walibi Flevo in 1994 reed hij nog steeds als Keverbaan. In latere perioden kreeg de achtbaan achtereenvolgens namen als Road Runner Express, Wok’s Waanzin en Rattlesnake. Tegenwoordig kennen bezoekers dezelfde baan als Drako.

Drako is daarmee geen attractie die bij de opening van Walibi Flevo in 1994 werd geplaatst. De achtbaan kwam al in 1992 naar Biddinghuizen en heeft dus daadwerkelijk nog twee seizoensjaren geschiedenis onder de naam Flevohof.

De Keverbaan was overigens niet de eerste achtbaan die ooit op het Flevohofterrein stond. In 1975 en 1976 had hier al tijdelijk de Schwarzkopf City Jet gestaan. De Keverbaan is wél de oudste nog bestaande achtbaan die door Walibi op het terrein werd geplaatst.

De oude Flevohof verdween nog niet

Ondanks de nieuwe attracties bleef een groot deel van de oude Flevohof in 1992 gewoon herkenbaar. Bezoekers konden nog steeds langs oude paviljoens, tuinen, kassen en andere onderdelen van de landbouwmanifestatie lopen. Ook de cactuscollectie en verschillende bijzondere groenvoorzieningen bleven behouden.

Dat zorgde voor een merkwaardige combinatie. Nieuwe attracties stonden naast onderdelen die rechtstreeks uit de jaren zeventig stamden. De nieuwe exploitant wilde snelheid maken, maar zat tegelijkertijd vast aan bestaande gebouwen, infrastructuur en zelfs oude contracten.

Vooral bij de horeca was dat merkbaar. Meeùs wilde eten en drinken het liefst onder eigen beheer brengen, zoals hij bij andere Walibi-parken gewend was. Bij Flevohof bleken echter langlopende overeenkomsten met externe horeca-exploitanten te bestaan, in sommige gevallen nog voor vele jaren. Daardoor kon Walibi ook commercieel niet onmiddellijk alles op zijn eigen manier organiseren.

Een nieuwe attractie is nog geen nieuw park

Walibi hoopte in 1992 op ongeveer 200.000 tot 250.000 bezoekers. De snelle opknapbeurt moest vooral voorkomen dat het park helemaal uit beeld verdween en moest tijd kopen voor een veel grotere herontwikkeling.

De ontvangst was echter bepaald niet alleen positief. Een reportage in het Algemeen Dagblad van augustus 1992 droeg de vernietigende kop “De Flevohof, eigenlijk nog steeds niks”. De journaliste trof wel nieuwe attracties aan, waaronder de achtbaan, waterglijbaan en het nieuwe avonturengebied, maar vond veel oude paviljoens nog leeg, gedateerd of weinig aantrekkelijk.

Juist die kritiek legt het probleem van 1992 goed bloot. Een paar nieuwe attracties konden de structuur en uitstraling van een twintig jaar oude landbouwmanifestatie niet in enkele maanden veranderen. Wie naar Flevohof kwam voor een modern attractiepark kreeg daarvoor nog te veel van het oude park te zien. Wie juist van de oude Flevohof hield, zag tegelijkertijd dat vertrouwde onderdelen begonnen te verdwijnen.

Walibi kwam daardoor tot dezelfde conclusie als Meeùs eigenlijk al vóór de opening had getrokken: een echte nieuwe start vereiste veel meer tijd en veel grotere investeringen.

13 september 1992: de laatste dag van Flevohof

Op 13 september 1992 eindigde het seizoen. Daarmee sloten de poorten voor de laatste keer voor publiek onder de naam Flevohof.

Het is een belangrijker moment dan het faillissement alleen. De Stichting Flevohof was al in 1991 ten onder gegaan, maar bezoekers konden in 1992 nog één zomer daadwerkelijk naar een park dat Flevohof heette. Pas na september 1992 verdween de naam uit de publieksvoering van het terrein.

De Keverbaan, zweefmolen, draaimolen en verschillende andere toevoegingen uit dat laatste seizoen bleven ondertussen staan. Zij zouden onderdeel worden van het nieuwe attractiepark dat Walibi wilde bouwen.

Een waterattractie van bijna elf miljoen gulden

Nog voordat het seizoen 1992 helemaal was afgesloten, begon Walibi al naar de volgende stap te kijken. In oktober kwam opvallend nieuws naar buiten. De groep kondigde aan dat in 1993 bijna ƒ11 miljoen in Flevohof zou worden geïnvesteerd in één “unieke waterattractie”.

Het bedrag was uitzonderlijk groot. Volgens de berichtgeving zou het project vrijwel de volledige investeringsruimte van de Walibi-groep voor 1993 opslokken. Daarmee was duidelijk dat Meeùs niet van plan was Flevohof met uitsluitend enkele kleine familieattracties te blijven exploiteren.

Welke attractie precies met deze aankondiging werd bedoeld, is tot nu toe niet met zekerheid vastgesteld. Dat maakt het bericht juist bijzonder interessant.

Bij de uiteindelijke opening van Walibi Flevo in 1994 stonden er namelijk twee enorme nieuwe waterattracties. El Rio Grande, gebouwd door Vekoma, was een rapid river met ronde, uit meerdere beweegbare delen opgebouwde boten. Aan de andere kant van het park stond Crazy River, een grote boomstambaan van Mack Rides met drie afdalingen en een bijzonder gedeelte waarin de boot achterwaarts naar beneden ging.

Het ligt daarom voor de hand dat de aangekondigde waterattractie uit 1992 uiteindelijk in een van deze projecten is opgegaan. Op dit moment ontbreekt echter nog een primaire bron waarin Walibi de investering van ƒ11 miljoen rechtstreeks koppelt aan El Rio Grande of Crazy River. Totdat zo’n document wordt gevonden, is het historisch zorgvuldiger om die identificatie open te laten.

Waarom kwam die attractie er niet in 1993?

In de aankondiging van oktober 1992 werd nog gesproken over een investering voor het volgende jaar. Toch zou Flevohof in 1993 helemaal niet voor bezoekers openen.

Dat besluit paste bij de lessen van het seizoen 1992. Walibi had inmiddels ervaren dat een snelle opknapbeurt onvoldoende was. Voor een structureel levensvatbaar park moest het terrein veel ingrijpender worden aangepakt. Bovendien stond de hele Walibi-groep in deze periode voor grote investeringskeuzes. De groep had kort daarvoor verschillende parken gekocht en de resultaten over 1992 waren tegengevallen.

In plaats van opnieuw een half vernieuwde Flevohof te openen, werd besloten het volledige seizoen 1993 te gebruiken voor voorbereiding en verbouwing.

Voor het eerst sinds 1971 bleef het terrein daarmee een volledig recreatieseizoen gesloten.

1993: een enorm bouwterrein achter gesloten poorten

Voor bezoekers gebeurde er in 1993 niets. Achter de hekken gebeurde juist bijzonder veel. De oude Flevohof werd systematisch bekeken vanuit de vraag welke onderdelen bruikbaar waren in een modern attractiepark en welke moesten verdwijnen of een nieuwe functie moesten krijgen.

De verbouwing was niet uitsluitend een kwestie van nieuwe attracties neerzetten. Walibi wilde van het terrein een samenhangend park maken. Routing, horeca, aankleding, thematisering en de verhouding tussen oude en nieuwe gebouwen moesten opnieuw worden ontworpen.

Ook de inhoudelijke koers veranderde gedurende dat proces. In gemeentelijke stukken uit het voorjaar van 1993 werd bijvoorbeeld nog gesproken over plannen waarbij televisie en film een belangrijk thema zouden vormen. Dat concept werd uiteindelijk niet de hoofdlijn van Walibi Flevo.

De ontwikkeling van het park was dus geen vooraf volledig uitgewerkt masterplan dat in februari 1992 simpelweg werd uitgevoerd. Tussen overname en opening werden verschillende ideeën onderzocht en aangepast.

Van één thema naar meerdere werelden

Het uiteindelijke Walibi Flevo kreeg een veel klassiekere pretparkopbouw. In plaats van één overkoepelend thema werden verschillende delen van het terrein een eigen sfeer gegeven.

Bij de opening waren onder andere een Mexicaans gebied, een Canadees gebied, een Belle Époque-achtige zone en een afzonderlijk Kinderdorp herkenbaar. De oude Flevohof werd daarmee niet volledig platgewalst, maar als het ware opnieuw geordend.

Sommige bestaande gebouwen kregen een tweede leven binnen die nieuwe themagebieden. Andere voorzieningen verdwenen. Ook het groen bleef belangrijk. Dat sloot nog enigszins aan bij de eerste uitspraken uit 1992, toen Walibi juist de bomen, lanen en bijzondere tuinen tot de sterke punten van het terrein rekende.

Later zouden steeds meer tastbare resten van Flevohof verdwijnen, maar in 1994 was het nieuwe attractiepark nog duidelijk gebouwd op het geraamte van zijn voorganger.

De investeringen worden vele malen groter

Toen Walibi de Flevohof in februari 1992 overnam, werd in eerste instantie gesproken over investeringen die konden oplopen tot ongeveer ƒ15 miljoen. Voor het noodseizoen 1992 werd slechts een deel daarvan uitgegeven.

Twee jaar later was de schaal volledig veranderd. Rond de opening van Walibi Flevo werd gesproken over een totale investering van ongeveer ƒ52 miljoen in het nieuwe park.

Dat bedrag onderstreept hoe groot het verschil was tussen de improvisatie van 1992 en het uiteindelijke project. Walibi voegde niet simpelweg een paar attracties toe aan Flevohof. Een groot deel van de recreatieve infrastructuur werd opnieuw ontworpen, nieuwe themagebieden ontstonden en er kwamen verschillende grote attracties die naar Nederlandse maatstaven uitzonderlijk waren.

In februari 1992 probeerde Walibi met enkele snel plaatsbare attracties nog een seizoen Flevohof te redden. Twee jaar later lag er voor tientallen miljoenen guldens een nieuw attractiepark.

El Condor: het nieuwe park moest onmiddellijk opvallen

De grootste blikvanger werd El Condor, een nieuwe omgekeerde achtbaan van de Nederlandse fabrikant Vekoma. In plaats van boven op de rails zaten de passagiers met hun benen vrij onder de baan. Tijdens de rit gingen zij meerdere keren over de kop.

Voor Vekoma was de baan een prototype van het later wereldwijd verkochte Suspended Looping Coaster-concept. Voor Walibi Flevo was het precies het soort attractie waarmee in één klap duidelijk kon worden gemaakt dat Biddinghuizen niet langer uitsluitend met landbouwdemonstraties en schoolreisjes moest worden geassocieerd.

Waar de Keverbaan uit 1992 vooral voor gezinnen en jonge kinderen was bedoeld, vertegenwoordigde El Condor de spectaculaire kant van het nieuwe park.

Twee grote waterattracties

Naast de achtbaan werden waterattracties een belangrijk onderdeel van de nieuwe identiteit. El Rio Grande bestond uit een kunstmatige wildwaterrivier van ongeveer 375 meter waarop bezoekers in ronde boten door stromingen en golven werden meegevoerd. De oorspronkelijke Vekoma-boten waren technisch opvallend doordat ze uit vier onderling beweegbare delen bestonden.

De Crazy River was van een heel ander type. Deze boomstambaan van Mack Rides kreeg een lengte van ruim 500 meter en drie afdalingen. Het opvallendste element was een gedeelte waarbij de boot op een draaischijf werd omgedraaid en vervolgens achterwaarts een afdaling nam. Met een hoogte van ongeveer 23 meter was het een bijzonder forse familieattractie.

Samen met El Condor vormden deze twee waterattracties de belangrijkste nieuwe beeldbepalende attracties van Walibi Flevo.

Niet alles in 1994 was nieuw

Toch zou het verkeerd zijn om de opening van Walibi Flevo als een volledig nieuwe start op een kaal terrein te zien. Verschillende attracties uit 1992 bleven behouden, waaronder de Keverbaan, zweefmolen en draaimolen. Ook delen van spoor, groenvoorzieningen en verschillende gebouwen stamden nog uit Flevohof.

Walibi voegde daarnaast kleinere nieuwe attracties toe. Zo verscheen de vliegtuigmolen Red Baron in het Kinderdorp en kwam er een nieuwe parktrein. Een kas werd zelfs gebruikt voor de Tequila Ride, waardoor een typisch Flevohofgebouw een nieuwe recreatieve functie kreeg.

De overgang was daardoor letterlijk zichtbaar in het landschap. Het nieuwe Walibi Flevo lag niet naast de oude Flevohof; het was er bovenop en doorheen gebouwd.

7 mei 1994: Walibi Flevo opent

Op 7 mei 1994 gingen de poorten opnieuw open. Voor het eerst stond boven het park niet langer de naam Flevohof, maar Walibi Flevo.

Daarmee eindigde een transformatie die ruim twee jaar eerder in grote onzekerheid was begonnen. Toen Walibi zich in februari 1992 meldde, was nog onduidelijk of het bedrijf alleen exploitant zou worden, welke attracties mogelijk waren en zelfs of de landbouwidentiteit grotendeels behouden zou blijven.

In mei 1994 was het antwoord duidelijk. Landbouw was niet langer het organiserende principe van het park. Walibi Flevo presenteerde zich als een volwaardig attractiepark voor gezinnen, met grote mechanische attracties, themagebieden, horeca en entertainment.

De oude Flevohof was daarmee verdwenen als publieksconcept, maar niet volledig als fysieke omgeving. Wie in 1994 door het park liep, kwam nog steeds gebouwen, bomen, tuinen en infrastructuur tegen die rechtstreeks teruggingen tot het landbouwpark.

Van 250.000 naar nieuwe ambities

De verwachtingen waren hoog. Voor 1992 had Walibi nog voorzichtig gerekend op ongeveer 200.000 tot 250.000 bezoekers. Rond de opening van Walibi Flevo werd voor het eerste seizoen gesproken over ongeveer 350.000 bezoekers, met op langere termijn veel hogere ambities.

De eerste belangstelling liet zien dat het publiek nieuwsgierig was naar het nieuwe park. Walibi had met de grote verbouwing bereikt wat met het tussenjaar 1992 niet gelukt was: bezoekers kregen onmiddellijk het gevoel dat zij een wezenlijk andere bestemming binnenstapten.

Daarmee begon op 7 mei 1994 een nieuw hoofdstuk dat uiteindelijk zou leiden van Walibi Flevo via Six Flags Holland en Walibi World naar het huidige Walibi Holland.

1991–1994: geen tussenruimte, maar een eigen hoofdstuk

De jaren tussen het faillissement en de opening van Walibi Flevo worden gemakkelijk als een soort lege tussenperiode beschouwd. De bronnen laten precies het tegenovergestelde zien.

In minder dan drie jaar veranderde het terrein meerdere keren van koers. Er waren plannen van verschillende kopers, ideeën rond natuur en milieu, een onverwachte overname door Walibi, een geïmproviseerd laatste Flevohof-seizoen met nieuwe attracties, een volledige sluiting en uiteindelijk een investering van tientallen miljoenen guldens.

Zelfs de identiteit van de plek liep in deze jaren door elkaar. In 1992 reed de huidige Drako al als Keverbaan in een park dat nog Flevohof heette, maar al eigendom was van Walibi. Terwijl de failliete Stichting Flevohof juridisch nog jarenlang zou worden afgewikkeld, ontstond op precies hetzelfde terrein ondertussen het nieuwe Walibi Flevo.

Daarom behoort de periode 1991–1994 zowel tot de geschiedenis van de Flevohof als tot die van Walibi Flevo. Het is het scharnierpunt waarop het oude park ophield te bestaan en het huidige attractiepark begon te ontstaan.

De Flevohof ging in 1991 failliet, maar verdween niet op één dag. Walibi Flevo opende in 1994, maar ontstond evenmin in één winter. De echte overgang vond plaats in de drie uitzonderlijke jaren daartussen.